Achtergrond

Met behulp van Jamf School kun je de achtergrond op mobiele apparaten en computers beheren.

De achtergrond instellen op mobiele apparaten

Vereisten

Om een achtergrond op mobiele apparaten te kunnen instellen, heb je een achtergrondafbeelding nodig die op maat gesneden is.

Je wordt geadviseerd een achtergrondafbeelding te gebruiken met afmetingen die overeenkomen met het schermformaat van het apparaat. Zie Displays in de iOS Device Compatibility Referencevan Apple (Engelstalig) en Technische specificaties op de Apple Support-website voor meer informatie over de verschillende schermgrootten van mobiele apparaten.

  1. Ga in Jamf School naar Profielen in de zijbalk.
  2. Klik op + Maak profiel aan.
  3. Selecteer iOS bij het platform.
  4. Configureer de vereiste en optionele velden naar wens.
  5. Klik op Afronding.
  6. Gebruik de payload ‘Scope’ (Bereik) om de apparaatgroepen te selecteren waarnaar je het profiel wilt distribueren.
  7. Klik op Bewaar.
  8. Gebruik de payload ‘Wallpaper’ (Achtergrond) om de instellingen te configureren, waaronder de volgende:
    1. Upload de achtergrondafbeelding door het bestand te slepen naar het veld Upload nieuwe achtergrond.
    2. Selecteer de achtergrondafbeelding in het venstermenu Selecteer de achtergrond.
    3. Voeg extra tekst aan de afbeelding toe door een variabele of tekst in te voeren in het veld Tekst om aan de afbeelding toe te voegen. Zie Payloadvariabelen voor meer informatie.
  9. Klik op Bewaar.

De apparaten binnen het bereik ontvangen direct de geconfigureerde achtergrond.

De achtergrond instellen op computers

Vereisten
Om een achtergrond op een computer in te stellen, moet je een pakket met de achtergrond samenstellen en dit naar de doelcomputers distribueren. Je moet de achtergrond aan het pakket toevoegen op de volgende locatie: Users/Shared. Zie Pakketten en Interne materiaaldistributie voor meer informatie.
Opmerking:

Zorg dat je ten minste één app in dit pakket hebt.

  1. Ga in Jamf School naar Profielen in de zijbalk.
  2. Klik op + Maak profiel aan.
  3. Selecteer macOS bij het platform.
  4. Selecteer het type inschrijving waarvoor je het profiel wilt maken.
  5. Voer een naam in in het veld Profielnaam en configureer waar nodig aanvullende instellingen, zoals het beleid voor verwijderen en een tijdfilter.
  6. Klik op Afronding.
  7. Als je de profielinstellingen wilt bewerken, klik je op het te configureren profiel.
  8. Gebruik de payload ‘Bereik’ om het bereik van het profiel te configureren door op het +-symbool te klikken en apparaatgroepen aan het bereik van het profiel toe te voegen.
  9. Gebruik de payload ‘Restrictions’ (Beperkingen) om naar het tabblad Functionality (Functionaliteit) te gaan.
  10. Schakel het aankruisvak in bij Vergrendel bureaubladafbeelding en voer vervolgens het pad naar de achtergrondafbeelding in in het veld Pad bureaubladafbeelding.
  11. Klik op Bewaar.

Het profiel is na enkele minuten toegewezen aan de computers binnen het bereik en wordt automatisch geïnstalleerd.